Site logo

netty van es-franssen, beeldend en klinkend

...m'n grootste verlangen is, al vanaf de vroege kindertijd, eigenlijk uitgegaan naar klank (muziek) en beweging (dans). Het heeft misschien iets tegenstrijdigs dat ik me ook bezighoud met tekenen, schilderen en schrijven. Daarin wordt klank juist verstild en beweging statisch. Ik denk dat ik op een bijna naïeve wijze probeer een moment van beide vast te houden. Door uiterlijke verstilling kan ook weer innerlijke beweging worden opgeroepen. Er klinkt (onhoorbaar voor je fysieke oren) iets op in een beeld, het beeld is luisterend verwachtend bedoeld, niet als vastlegging.... je zou de intentie van het schilderwerk "gewaarwording" kunnen noemen. In zekere zin gaat het zoeken naar waarheid voorop. Te verstaan (voorlopig) in subjectieve zin als de "eigen" waarheid, ook in verband met dromen en fantasie.
Met het oog op overdrachtelijkheid is de poëtische suggestie daarbij belangrijk. Vandaar de kleine stukjes tekst, die bij de meeste schilderijen te vinden zijn.... waar kom ik vandaan, waar ga ik naar toe? Wat is mijn verdere opdracht ? Wat kan ik verstaan onder verdriet, blijdschap, geest, adem, klank??? Hoe kan ik er de zin van leren verstaan, het verband er tussen ?...
Vragen waarmee ik leef en me uiteen poog te zetten. Het gaat daarbij niet om het vinden van snelle antwoorden maar wel om de vraag diep en intens te beleven en daardoor iets van het antwoord "gewaar" te worden......de schilderijen als sporen op de weg die je gaat... biografisch gezien ... Doorheen de geschiedenis van de “vrije” kunsten (literatuur, beeldende kunst, architectuur, muziek, theater en allerlei mengvormen hiervan) hebben we als mensheid heel wat stadia doorlopen en kunnen terugkijken op hele tijdperken en mensenlevens die er aan gewijd zijn, een gigantische rijkdom. Om een brug te bouwen van de wereld van de kunstenaar naar de alledaagse werkelijkheid en terug! Dat is de kwestie! Zo dat er in alle gedifferentieerdheden toch iets van een geheel voelbaar wordt. Om een individuele belevingswereld om te vormen en enigszins te objectiveren, zo dat toch het eigene (subjectieve) er in niet verloren gaat, dat is een evenwichtskunst, die ik poog te bezigen.

Mijn ouders gaven mij de naam Antoinette Wilhelmina Franssen. Met de voorletters signeer ik mijn schilderijen, gedichten en opstellen. AWF dus.
Het komt een tijdje voorbij op deze planeet als een kleine golfbeweging, meer of minder is het niet en toch uniek en interessant als elk leven zijn kan.
Geboren in 1940, in Venlo, Limburg. 1946 t/m 1952 lagere school, gemiddelde leerling, behalve voor nederlandse taal en tekenen, daarvoor stonden soms negens en zelfs tienen op de rapporten, zodat mijn lot mede in de richting leek te gaan wijzen van teken-schrijf- en schilderbenodigdheden om met fantasie en beschouwelijkheid uit de voeten te kunnen.
Ik word in de katholieke traditie opgevoed. Vanaf een jaar of tien kreeg ik piano en vioollessen. De studeerdiscipline liet wel wat te wensen over. Verder M.M.S. en later H.B.S. .
Rond m’n veertiende kreeg ik les van een regionaal bekende kunstenaar; Sef Moonen. Na de H.B.S. mocht ik naar een academie voor toegepaste kunst. In 1958 sterft mijn vader aan longkanker. Immens verdriet, een moeilijke tijd van waaruit veel levensvragen opdoemen en vanzelfsprekendheden verdwijnen. Die stemming bepaalt de academietijd . Toch volvoerde ik alle opdrachten en maakte voor het eindexamen ontwerpen van folders, brochures, affiches en ander publiciteitsdrukwerk , vooral voor theater, als ook een beknopt boek over toneelgeschiedenis. Het vrije werk blijft echter het interessantste. Ook doe ik in die tijd onderzoek naar filosofie en religies en waag me er aan uit te gaan vinden wat in werkelijkheid beweegt achter de versluiering van het voor mij uiterlijk waarneembare.
Van 1962 t/m -64 werk ik bij een textielbedrijf, dessinontwerp etc. Maak in eigen tijd houtsnijwerk, poppenkastpoppen en blijf tekenen en schilderen en veel lezend zoeken. In 1965 besluit ik mijn leven te vervolgen samen met Jacques van Es. Na een tijd in Amsterdam gewoond te hebben emigreren wij naar Zuid Afrika (Kaapstad) waar we kunnen werken in de muziekdrukkerij van Jacques’ oom. Ons eerste kind wordt er geboren. Het apartheidsregiem heerst er nog. Ik krijg een soort heimwee en ga na anderhalf jaar terug naar Nederland met ons dochtertje. Na nog een half jaar komt Jacques ook terug. Vanaf 1967 tot 1973 wonen en werken we in Limburg. Eerst in Venlo, daarna Baarlo (L).
In die tijd worden nog twee kinderen geboren. In 1973 verhuizen wij naar Zutphen voornamelijk vanwege het onderwijs voor de kinderen. We betrekken een vrij groot oud huis. Er is voor Jacques en mij genoeg ruimte om ieder afzonderlijk een atelier te kunnen aanhouden in huis. Hier heb ik mijn schilder – schrijf – en tekenwerk tussen alle huishoudelijke en andere perikelen door kunnen voortzetten. Een aantal keren exposeerde ik, zoals:

1969 Groeps tentoonstelling cultureelcentrum Venlo
1972 Klooster Maristen in Nijmegen (duo)
1986 Bibliotheek in Zutphen (solo)
1988 Hotel Atlone, Rheden (solo)
1989 Klooster s’Heerenberg (solo)
1990 klooster s’Heerenberg (solo)
1992 Riagg, Zutphen (solo) met poëzie
1993 Kapel Bronkhorst (solo) met poëzie
1993 Beek en Donk , Brabant (solo) met poëzie
1993 Gangen gerechtsgebouw Zutphen (solo) met poëzie
1993 Huize Welgelegen, Warnsveld (solo) met poëzie
1994 Huize Welgelegen (duo met Annette Noevers)
1994 Kapel Bronkhorst (solo) met poëzie
2000 De Brug, Zutphen (solo) met poëzie
2001 De Brug, Zutphen (groepstentoonstelling) met bundeltjes poëzie
2008 De Egge, Zutphen (solo) met poëzie
Verder tijdens open dagen in het atelier.